Lönna  Gård    Tobol
        Värmland   Sverige

Logboek Veredeling
Start logboek Huisvlijt Logboek Veredeling Eeuwige Moes Geurrozen Stuga Kaarten Foto's Winter foto's Contact Linkpagina

 

 

 
Hej hej beste tuinnieuwslezers
 
De tuinnieuws liet lang op zich wachtenOnze komputer heeft een eigen wil en in de stukjes die Yvonne schrijft brengen haar regelmatig tot wanhoop wat mij dan weer de zin ontneemt omdat ik wel heel weinig talent heb om met komputers om te gaan.
 
Op de foto's is de prille teelt van groente te zien in de kas.Deze kas hebben we kunnen kopen dankzei Henk Timmerman.
Op de grond groente om op te eten en in de bakken voorkweek van groente die later in de tuin komt te staan alsook tomaten,meloenen,stokbonen en komkommers.
De gaasbakken die op stapels staan zijn ook ingezaaid en zodra alles kiemt komen de bakken naast elkaar te staan om voldoende licht voor de planten te krijgen.Het betreft hier vooral veel uienrassen en geurkruiden.
 
Alle tuinbrieven komen ook op de website van ons.Zo hoop ik ideeën ervaringskennis ook voor meer mensen toegankelijk te maken.
 
Vandaag is het 2 jaar geleden dat we de handtekening bij de makelaar zette
We voelen ons hier in Zweden heel thuis.Terwijl dit jaar pas echt zichtbaar is wat we doen is de tuin toch al bekent in de wijde omgeving.Nooit zo bedoeld maar wel heel leuk overigens.
 
Bij groenteteelt of moestuin is zowel door de Nederlander als de Zweed een voorstelling te maken,een voorstelling die het juiste begrijpen van onze tuin in de weg kan staan.Een ervaring waar ik al jaren tegen aan loop.
Het is een kleine groentekwekerij waar veredeld wordt(een wetenschap)en waar groentezaad wordt geteeld(een uitstervend ambacht)terwijl de intentie van intuitieve oorsprong is.
 
Uit mijn kollektie van de Oerakker/DNA heb ik de meest geharde en/of kortseizoenrassen meegenomen naar Zweden evenals de Scandinavische groenterassen die ik al teelde.
Zweden wordt in 8 klimatologisch zônes verdeeld,de zgn. groiezones of in het Zweeds växtzoner.
Zuid Zweden heeft groeizône 1 en is wat vergelijkbaar met Nederland.De Fjällstreken en Lappland(Sapmi)hebben groeizône 8.Wij wonen òp de tenen van het Noorse hooggebergtemassief in groeizône 5.
Dat is wel even anders telen dan in Nederland.Hier poot je de aardappelen in Juni en niet in Maart zoals in Nederland.Juli kan nog nachtvorst geven.
Daarentegen is een late bewaaraarappel al in september volledig uitgegroeid en rooibaar.
Afgelopen maand zakte de temperatuur regelmatig tot -11 C en zelfs -17 was daar bij.Daarna-om half 9-zitten we heerlijk buiten in de zon een bakje koffie te drinken.Landklimaat dus.Een sterke zoninstraling-niet gehinderd door vliegtuigstrepen.Orgon-energie is hier zichtbaar 3x meer aanwezig en veel beweeglijker dan in Nederland.
In Nederland zag ik deze energie afnemen.Ook de bewaarbaarheid van groente nam af alsook dat de gevoeligheid voor herfstvorst nam toe.Een duidelijk effekt van tekort orgon.Een wat zwaardere nachtvorst richt in onze tuin duidelijk minder schade aan.Om dat in de gaten te houden maak ik gebruik van Yvonne haar dagelijkse meteorologische aantekeningen en laat expres wat groente in de tuin staan om de kritische temperatuur waar een ras/groente tegen bestand is te kunnen bepalen.
Rassen waar ik al jaren mee werk van groenten als andijvie,kool,sla e.d.zijn hier sterker.Natuurlijk geld dit niet voor planten die bij -0,5 al bevriezen,zoals aardappelen,pompoenen of bonen.
 
Onze tuin staat dus in het teken van veredelen.Het ontwikkelen van rassen en gewassen die volledig aangepast zijn aan dit klimaat.Dat voorziet in een leemte.Daarbij ben ik plannen aan het uitwerken van toen ik 9 jaar was;het ontwikkelen van totaal nieuwe groente,groente die nu nog niet bestaat en een andere aanvullende voedingswaarde hebben
Naast de kriteria die ik altijd al hanteerde met veredelen(o.a. het verhogen of eigenlijk het herstellen van het gehalte aan antioxydanten,maar daarover in de volgende tuinbrief meer)probeer ik hier in Zweden rassen te kweken die de grote temperatuursverschillen tussen dag en nacht in het voorjaar kunnen klaren.Ook het kunnen groeien bij een lage bodemtemperatuur is zo'n kriterium.
Als de zon in April heet is en de bovenlaag van de grond ontdooid betekend dat niet dat de bodemtemperatuur geschikt is voor groei.Binnen ieder gewas zit er -genetisch-ruimte.Deze rassen zaten voornamelijk in mijn kollektie en vindt je bij oude agrarische kulturen zoals in de Himalaya en de Andes.
Een andere aanpassing die ik uitbroedde is het dekken van de grond met boomloof ,hooi en soms plestik.Deze isolerende laag voorkomt dat de vorst diep de grond inkomt.Als in het voorjaar de zon sterk genoeg is halen we deze isolerende laag weer weg zodat de warmte de grond in kan.Van de isolatielaag maken we kompost dat min. 6 weken later  weer terug kan naar de groente omdat we de grond buiten het voorjaar om graag bedekt houden met onze manier van Permakultuur.
 
Het groeien in een kort seizoen-de zomers zijn hier korter maar warmer dan in Nederland-is op te vangen met rassen die wij als "vroeg"kennen.Vroege rassen zijn vaak sterk tegen kou in het voorjaar zodat een vroege oogst mogelijk is voor de vroege markt,de zgn.primeurteelt.
Voor het geven van zo'n goedbetaalde vroege oogst wordt op andere kwaliteiten ingeboet.De wat latere rassen bezitten meer andere kwaliteiten waarbij de smakelijkheid meestal beter is.
Hier op Lönnagard wil ik in de rassen die hier gaan ontstaan de vroegheid kombineren met gehardheid en kwaliteit.Daar zie ik mogelijkheden in omdat ik vrij ben van de druk van de kommercie.
Mijn speciale wijze van veredelen is bij iedere groep van groente anders omdat bijv.het wezen van Boon anders is dan van Kool.
 
Wat ook een heel belangrijk iets bij planten is isde daglengtegevoeligheid.
Zoals sla en erwt zich prettiger voelen in het eerste deel van het jaar zo groeit andijvie,schorsoneer en pastinaak liever in de tweede helft van het jaar.
Planten die op 3000-4000 m. hoogte in de buurt van de evenaar groeien zijn aangepast aan korte dagen.Hier groeien de planten in een relatief kort seizoen en met vaak lage temperaturen.Aardapelen en quinoa(kienwah)zijn hier voorbeelden van maar zetten geen knol resp.zaad a.g.v.de lange zomerse dagen.Dat was ook met de eerste in Europa ingevoerde aardappelen het geval.Pas toen er plotseling een erfelijke verandering spontaan ontstond waardoor een aardappel opeens ongevoelig voor de daglengte was,pas toen kon de aardappel een voedingsgewas voor de Europeanen worden.Nu teelt men in växtzon 7 in Zweden en Noorwegen de Mandelpotatis resp.Mandelpoteter en is de aardappelteelt ook bij de Samen en IJslanders eigengeteeld volksvoedsel.
 
Een heel eind zuidwaarts in het Andesgebergte van het oorsprongsgebied van de aardappeel,nl.Chili was ook al zo'n mutatie ontstaan.Ook daar is de zomerse daglengte langer en pas na dit opheffen van die daglengtegevoeligheid konden de Andesbewoners aarappelen eten.
De Spanjaarden hadden dus in hun roofzucht indertijd de verkeerde pieper meegenomen,waar in de andere kolonie van hun-het latere Chili-de aardappel al klaar was om hier te kunnen telen.Nu moesten de Europeanen eerst enkele eeuwen wachten.
 
Een aantal vorstgevoelige gewassen;o.a. aardappel en spercie-of slaboonprobeer ik intekruizen met wilde verwanten om de planten resistent aan lichte vorst te krijgen.Om die reden heb ik nu 20 wilde aardappelen waarvan enkele tot -8 Ctot -5 C kunnen weerstaan.Bij de slaboon betreft dat -3 C tot -5 C(de opgaven zijn wisselend in de literatuur)
Ook kou in het voorjaar is bepalend.Een lage temperatuur in het beginstadium van de plant maar ook een bepaalde lengte van een iets minder lage temperatuur kan de plant tot vervroegde bloemvorming prikkelen.Meestal betrefd dit planten uit het mediterranegebied waar de planten voor de "winter"een bladrozet vormen om na wat koudere dagen het voorjaar daar tegemoet gaan met bloemvorming,nog voor de droge zomers komen.Het koude voorjaar in noordelijker Europa wordt dus door die plant als een soort winter beleeft.De aan elkaar verwantten Andijvie,Witlof en Radicchio zijn daar berucht om.
Ik heb nu een zaadvaste roodlof(een rode witlof)gekweekt die veel minder gevoelig is voor deze kou.Waarom rode witlof?;dat leg ik uit in een volgende brief.
Witlof zaai je in Nederland in MeiZaait men vroeger dan "schieten de planten in bloei"en zijn dan zonder waarde,zaait men later en de te oogsten penen zijn te klein om een volwaardige witlofkrop te geven.
In Zweden is dit nog sterker.Oogst je in Nederland de penen in oktober om ze in te kuilen voor witlofteelt ,hier kan in Oktober een nachtvorst een maandenlange vorstperiode inluiden en is oogsten verder onmogelijk.De penen moeten dus in September klaar zijn.De ongevoeligheid voor een koud voorjaar en een vroegere oogstbaarheid is dus wat veelgevraagd van dit gewas maar ik ben al een heel eind in de goede richting èn dit nieuwe ras is ook nog eens betand tegen zeker 17minusgraden!
 
Ik heb nu ook een andijvie gekweekt die sierlijker is dan de gewone en al in het voorjaar koud gezaaid kan worden.Konsekwentie is dat ik moeilijk zaad van dit ras kan telen,althans het ontbreekt ons aan de faciliteiten waardoor ik volgroeide en gekeurde planten kan overwinteren op een koele,lichte en luchtige plek.Een ontwerp over zo'n bewaarplaats heb ik al uitgebroed.
Nu zaai ik de andijvie voor zaadteelt in  Januarie in de kamer op warmte,daarna breng ik ze over in de kas en als volgroeide plant plant ik heel vroeg buiten uit(=kou) en wel op arme droge grond.Pas dan wil zij haar mooie hemelsblauwe sterbloemen geven en is het zaad toch rijp vòòr de natte herfstdagen.
 
Deze winter ben ik vooral bezig geweest om de juiste kruizingspartners(geniteurs) te zoeken voor de veredeling.
Uit allerlei zeer onvolledige maar overlappende informatie heb ik een keuze gemaakt.Deels heb ik zaad uit de handel wat mogelijk was door verjaardagsgeld van lieve familie en vrienden en deels uit de Wageningse Genenbank,waarvan het personeel mij zo fantastisch hielp(ik kan namelijk slecht overweg met de meeste websites)
De nieuwbijgekomen rassen èn de door mij al jaren geteelde rassen proef ik hier uit om daarna -via allerlei kruizingsformules-te bouwen aan sterke groente rassen voor dit gebied in de hoop in de toekomst via internet zaad te verkopen.
Als voorbeeld;Al jaren teel ik Crôchets de Valle d'Isere.Een sikkelvormige zwartgestreepte spercie-ofwel slaboon.Je eet deze slaboon met de volgroeide bonen erin.De fransman noemt dit mangetout.en is analoog aan de SugarPod-erwten ofwel mangetoutpeas(peul en doperwt inèèn). Deze zoete en romig smakende lekkernij komt uit het warme zuid Frankrijk en is duidelijk aan de grens van haar kunnen in de teelt in Nederland.
Het speuren deze winter was naar hele vroege slaboonrassen die volstrekt draad-en vliesloos zijn en resistenties tegen enige nieuwe bakterie- en schimmelziekten hebben,want daar is het oude ras Crôchets niet tegen bestand.Hier mee kan ik dmv. kruizen de mogelijkheden flink"oprekken".Ik heb nu 2 rassen in mijn huwelijksburo die onze Crôchetjes moeten helpen aanpassen aan de teelt in Zweden
Als dit lukt is het ook aantrekkelijk voor de teelt in Nederland.
 
Een andere keer vertel ik over de Schelkkool een soortgelijk verhaal.
 
Med vänliga hälsingar
                               Ruurd
 

 

 

Start ] logboek Huisvlijt ] [ Logboek Veredeling ] Eeuwige Moes ] Geurrozen ] Stuga ] Kaarten ] Foto's ] Winter foto's ] Contact ] Linkpagina ]

Copyright © 2006 Lönna Gård Tobol